Ervaringen van Tonny en Mjed: “Soms ben ik streng tegen Mjed”

Mjed (18) vluchtte uit Syrië naar Nederland. Hij heeft goed contact met zijn JIM Tonny. Zij helpt hem met school én gaat dagjes met hem uit.

Tonny van der Vooren was het taalmaatje van zijn moeder en is sinds kort ook Mjeds JIM. Samen met de maatschappelijk werker stimuleert ze hem om zijn diploma te halen.

“Mjed is aan me gewend geraakt, maar hij vertelt niet al te veel. Hij heeft natuurlijk ook verschrikkelijke dingen doorgemaakt; helemaal vanuit Syrië hierheen gekomen. We zaten op een gegeven moment aan tafel, en toen vertelde hij ineens alles. Dat was wel heel bijzonder. In Syrië werkte hij in een hotel en woonde met zijn moeder en zus in een klein, maar heel fijn eigen huis. Totdat de bommen kwamen.

Achter zijn computer is Mjed op z’n gemak. Als ik bij ze thuiskom, zit-ie meestal te gamen. ‘Hé Mjed, hoe is het?’, zeg ik dan. ‘Kom erbij!’ Ik heb wel eens tegen z’n moe- der gezegd dat ze de stekker eruit moet trekken. Maar dat doet ze niet. Tja, ze moet haar eigen keuzes maken.

Mjed ging op een gegeven moment niet meer naar school; hij zat hele dagen te gamen. Via zijn moeder had ik hem lang- zaam maar zeker leren kennen en net als zijn moeder, maakte ik me zorgen. Hij was niet naar school te bránden. Maar toen ik z’n schoolboeken zag, begreep ik hem ook wel.

“Soms ben ik streng tegen Mjed”

Tonny

Soms ben ik streng: ‘Mjed, laat je huiswerk zien! Wat heb je geleerd?’ Ik vind vooral dat hij de Nederlandse taal onder de knie moet krijgen. Soms praten ze met familie of vrienden Arabisch. ‘In het Nederlands’, zeg ik dan. ‘Anders ga ik weer naar huis.’ Twee keer per week kom ik bij ze over de vloer. Ze verwennen me met lekkers, vruchten, drankjes én muziek. Ik blijf ze helpen totdat ze hun plek in Nederland echt gevonden hebben. En daarna wil ik ook leuke dingen met hen blijven onder- nemen.”

In 2015 ben ik vanuit Syrië ge- vlucht naar Nederland. De oorlog daar was echt heel erg. Mijn ouders zijn gescheiden. De huizen van mijn ouders werden ver- woest. Ik wilde met mijn moeder uit Syrië vluchten, maar tijdens de vlucht zijn we elkaar kwijt- geraakt. Daarom ben ik zonder haar, via Macedonië, naar Europa gegaan. De jongens met wie ik reisde, gingen naar Duitsland. Ik wilde graag naar Nederland. Later kwam mijn moeder hier ook naar toe. Mijn vader is nog in Syrië.

Nu wonen mijn moeder en ik, samen met mijn zus, in Rotter- dam. Via het wijkteam kwam ik in contact met mijn hulpverle- ner Hennie. Hennie heeft mij geholpen met school en hij heeft ook met de leerplichtambtenaar contact gehad. Hij leert mij dat ik een diploma moet halen omdat je anders geen werk kunt vinden in Nederland. Nu volg ik een mbo-opleiding ‘Assistent bouwen, wonen en onderhoud’. In Syrië deed ik ook zo’n soort opleiding. Ik vind school te makkelijk, alles wat ik leer, leerde ik twee jaar geleden al in Syrië.

Tonny leerde ik via mijn moeder kennen. Ze kwam veel bij ons thuis en helpt bijvoorbeeld met het vertalen van brieven van de gemeente. Op een gegeven mo- ment zei mijn hulpverlener Hen- nie tegen me dat hij niet altijd kan blijven helpen. Hij vroeg: ‘Wil jij dat Tonny jouw mentor wordt?’ Dat vond ik een goed idee. Ik heb aan Tonny gevraagd of zij mijn JIM wilde worden. Ze zei dat ze het leuk vond om te doen. Het is goed om als jongere zélf een JIM te kiezen. Want stel dat het niet klikt, dan werkt het niet. Daarom ben ik blij dat ik Tonny zelf heb gevraagd. Maar ik zie niet heel veel verschil met de periode dat zij mijn JIM nog niet was. Ze hielp mij altijd al en nu doet ze dat nog steeds.

“Ik ging met mijn JIM naar de Euromast”

Mjed

Ze komt twee keer per week naar ons huis. Het is fijn om contact met haar te hebben. Ze kent Nederland goed, ze is ouder en heeft veel levenservaring. Ze weet wat goed is en wat niet. Zij kan het goede voorbeeld geven. Ook helpt ze ons met huiswerk of gaat mee naar de kapper, de bioscoop, de dierentuin of de Euromast. Tonny maakt eigenlijk deel uit van onze familie.

Verder heb ik contact met andere mensen uit Syrië, maar ook met Nederlanders. We gaan regelmatig met de auto naar het bos om bomen te zagen. Ook ga ik met mijn oom mee naar een moskee in Rotterdam-Zuid. Daar komen eigenlijk vooral oudere mensen, maar ik vind het mooi om daar te zijn, want dan herinner ik me hoe het in Syrië was. Ook het bidden 39 geeft me een fijn gevoel. Ik vind dat religies op hetzelfde neer komen. Veel dingen uit de Koran staan ook in de Bijbel, zoals geen mensen haten, niet stelen en niet liegen.

Hoe mijn leven er over tien jaar uitziet? Ik heb een huis en werk. Als ik 30 jaar ben trouw ik. En misschien krijg ik kinderen. Als ik goed kan inburgeren in Neder- land, blijf ik hier. Maar als dat niet lukt, en de oorlog is voorbij, dan wil ik weer terug naar Syrië.”